Ga naar hoofdinhoud

Woordenlijst

Een overzicht van belangrijke termen die je tegenkomt bij de challenges.

A

Audacity

Gratis open-source software voor het bewerken van audiobestanden. Handig voor het omkeren, versnellen of analyseren van geluidsfragmenten.

B

Base64

Een coderingsmethode die binaire data omzet naar leesbare ASCII-tekens. Het is geen encryptie - iedereen kan het eenvoudig decoderen. Herkenbaar aan letters, cijfers en = padding aan het einde.

Brute-force aanval

Een aanvalsmethode waarbij systematisch alle mogelijke combinaties worden geprobeerd totdat het juiste wachtwoord is gevonden.

C

Caesar cipher

Een van de oudste versleutelingstechnieken, waarbij elke letter in het alfabet een vast aantal posities wordt verschoven. Vernoemd naar Julius Caesar. Zie ook: ROT13.

Een klein tekstbestandje dat een website opslaat in je browser. Wordt gebruikt om informatie te bewaren zoals inlogstatus, voorkeuren of sessiegegevens.

Cross-Site Scripting (XSS)

Een kwetsbaarheid waarbij een aanvaller kwaadaardige code (meestal JavaScript) kan injecteren in een webpagina die andere gebruikers te zien krijgen.

CTF (Capture the Flag)

Een cybersecurity-competitie waarbij deelnemers puzzels en uitdagingen oplossen om verborgen "flags" (geheime codes) te vinden.

CyberChef

Een gratis webtool van GCHQ waarmee je data kunt coderen, decoderen, versleutelen, ontsleutelen en analyseren. Wordt ook wel het "Zwitserse zakmes van het internet" genoemd.

D

DDoS (Distributed Denial of Service)

Een aanval waarbij een website of server wordt overspoeld met verkeer vanuit vele bronnen tegelijk, waardoor deze onbereikbaar wordt.

Developer Tools (DevTools)

Ingebouwde tools in je browser (F12) waarmee je webpagina's kunt inspecteren, netwerverkeer kunt bekijken, cookies kunt beheren en meer.

E

Encryptie (versleuteling)

Het proces van het omzetten van leesbare data naar onleesbare data met behulp van een sleutel. Alleen wie de juiste sleutel heeft kan de data weer leesbaar maken.

Encoding (codering)

Het omzetten van data naar een ander formaat voor transport of opslag. Anders dan encryptie is encoding niet bedoeld als beveiliging - iedereen kan het omkeren.

F

File signature (magic bytes)

De eerste bytes van een bestand die het werkelijke bestandstype aangeven, ongeacht de extensie. Bijvoorbeeld: een JPEG begint altijd met FF D8 FF.

Flag

De geheime code die je moet vinden bij een CTF challenge. Meestal in een specifiek formaat.

Forensics

In cybersecurity: het onderzoeken en analyseren van digitale sporen en bewijs om informatie te achterhalen.

G

Geolocatie (IP)

Het bepalen van de geografische locatie van een apparaat aan de hand van het IP-adres. Niet altijd exact, maar geeft vaak de stad of regio aan.

H

HTTP (HyperText Transfer Protocol)

Het protocol waarmee je browser communiceert met webservers. Elke keer dat je een webpagina bezoekt, worden HTTP-verzoeken verstuurd.

HTTPS

De beveiligde versie van HTTP. De 'S' staat voor Secure. Alle data wordt versleuteld verstuurd, zodat anderen niet kunnen meelezen.

HTTP-headers

Extra informatie die wordt meegestuurd bij HTTP-verzoeken en -antwoorden. Bevatten metadata zoals het type content, cookies, caching-instructies, etc.

HTTP-statuscodes

Codes die een webserver terugstuurt om aan te geven wat er is gebeurd:

  • 200 - OK (gelukt)
  • 301 - Permanent verplaatst
  • 403 - Verboden (geen toegang)
  • 404 - Niet gevonden
  • 500 - Server error

I

IDOR (Insecure Direct Object Reference)

Een kwetsbaarheid waarbij je door het aanpassen van een parameter (bijvoorbeeld een ID in de URL) toegang kunt krijgen tot gegevens van andere gebruikers.

IP-adres

Een uniek nummer dat elk apparaat op het internet identificeert. IPv4 gebruikt 4 getallen (bijv. 192.168.1.1), IPv6 gebruikt langere hexadecimale adressen.

M

Metadata

"Data over data" - extra informatie die is opgeslagen in een bestand. Een foto kan bijvoorbeeld metadata bevatten over wanneer en waar deze is genomen.

MFA / 2FA (Multi-Factor / Two-Factor Authentication)

Een beveiligingsmethode waarbij je naast je wachtwoord nog een extra verificatie nodig hebt om in te loggen, zoals een code via SMS of een authenticator-app.

O

Obfuscation

Het opzettelijk onleesbaar maken van code zodat deze moeilijk te begrijpen is, terwijl de functionaliteit behouden blijft. Wordt gebruikt voor beveiliging of intellectueel eigendom.

OSINT (Open Source Intelligence)

Het verzamelen van informatie uit openbaar beschikbare bronnen, zoals websites, sociale media en openbare databases.

P

Phishing

Een aanvalstechniek waarbij aanvallers zich voordoen als een betrouwbare partij (bank, bedrijf, overheid) om gevoelige informatie te stelen via nep-e-mails of websites.

R

robots.txt

Een bestand op webservers dat zoekmachines vertelt welke pagina's ze wel en niet mogen indexeren. Het is geen beveiligingsmechanisme - iedereen kan het bestand lezen.

ROT13

Een specifieke Caesar cipher waarbij elke letter 13 posities wordt verschoven. Omdat het alfabet 26 letters heeft, is dezelfde operatie zowel de versleuteling als de ontsleuteling.

S

Spectrogram

Een visuele weergave van de frequenties in een geluidsfragment over tijd. Soms wordt informatie visueel verborgen in een spectrogram.

V

VirusTotal

Een gratis online dienst van Google waarmee je bestanden en URLs kunt laten scannen door tientallen antivirusprogramma's tegelijk.

W

Wayback Machine

Een dienst van het Internet Archive (web.archive.org) die snapshots van websites opslaat. Hiermee kun je bekijken hoe een website er in het verleden uitzag.